woensdag 10 maart 2010

Deelvraag 1

-Welke acht intelligenties onderscheidt Howard Gardner bij zijn theorie over meervoudige intelligentie?
“It’s not how smart you are. It’s how you are smart”

De theorie van Meervoudige Intelligentie is ontwikkeld door de Amerikaanse hoogleraar Howard Gardner. Hij had kritiek op de gangbare opvattingen over intelligentie en zag intelligentie als de bekwaamheid om te leren. Een intelligentie is kort gezegd een gevoeligheid voor een vaardigheid met specifieke stimuli (een rijke leeromgeving).

Gardner beschrijft acht gebieden van intelligentie:
1. Verbaal – linguïstisch
2. Logisch – mathematisch
3. Visueel – ruimtelijk
4. Muzikaal – ritmisch
5. Lichamelijk – kinetisch
6. Naturalistisch
7. Interpersoonlijk
8. Intrapersoonlijk

Verbaal – linguïstisch: woordknap.

Een kind dat sterk verbaal-linguïstisch intelligent is richt zich primair op taal. Op dat wat hij of zij hoort en op wat gezegd wordt. Het kind houdt van lezen, schrijven, luisteren en spreken.

Deze kinderen doe je een plezier met taallessen en het gebruiken van taal (mondeling en schriftelijk) als middel bij het uitvoeren van allerlei soorten leeractiviteiten. Deze intelligentie drukt zich onder meer uit in het vertellen van verhalen en grappen, discussiëren, gedichten schrijven en voordrachten houden. Deze kinderen hebben een voorkeur voor:
* lezen * praten * schrijven * kruiswoordpuzzels
* verhalen * gedichten * grappen * discussiëren
* debatteren
Ze maken graag werkstukken of houden zich bezig met spreekbeurten, toneelstukjes en schriftelijke opdrachten.

Logisch – mathematisch: rekenknap.Een kind dat sterk logisch-mathematisch intelligent is geniet van het oplossen van problemen en het vaststellen van verbanden. Deze kinderen voelen zich snel aangetrokken tot cijfers, zien verbanden en lossen problemen planmatig op.

Deze kinderen doe je een plezier door ze planmatig problemen op te laten lossen en ze objecten en situaties te laten analyseren. Zij voelen zich immers aangetrokken tot cijfers, verbanden en problemen. Bij lessen waar ze moeite mee hebben kun je ze helpen door stappenplannen of spelvormen aan te bieden. Vaak zijn ze goed in rekenen en werken ze graag met de computer. Deze kinderen hebben een voorkeur voor:
* rekenen * calculeren * begroten * redeneren * experimenteren
* logica * jaartallen * puzzelen *constructiemateriaal * getallen en symbolen

Visueel – ruimtelijk: beeldknap.

Een kind dat sterk visueel-ruimtelijk intelligent is, geniet van ontwerpen, tekenen, kleuren, combineren, objecten ordenen, poppetjes en figuurtjes tekenen en heeft vaak een goed richtingsgevoel. Het is voor deze kinderen belangrijk om voldoende handvaardigheidmaterialen binnen bereik te hebben. Zij voelen zich aangetrokken tot ruimtelijke relaties, vormen, kleuren, grootte en richting.

Deze kinderen hebben een voorkeur voor:
* tekenen * knutselen * legpuzzels * ontwerpen * schetsen
* inrichten * architectuur * foto’s * navigeren * grafische voorstellingen
* schema’s


Muzikaal – ritmisch: muziekknap. Een kind dat sterk muzikaal-ritmisch is, geniet van het luisteren naar of het maken van muziek. Ook waardeert hij/zij muziek in het algemeen.
Deze kinderen neuriën, zingen, maken zelf liedjes, bespelen zelf graag een muziekinstrument en zijn vaak boeiende vertellers. Ritmische aspecten van rekenen gaan ze goed af (zoals tafels). Zij hebben er baat bij om zelf liedjes te maken als ezelsbruggetjes.
Deze kinderen hebben een voorkeur voor:
* liedjes * voordrachten* rijmpjes * versjes * muziekinstrumenten
* muziek maken

Lichamelijk – kinetisch: beweegknap.
Een kind dat sterk lichamelijk-kinetisch is geniet van fysieke activiteiten, praktische doe activiteiten, toneelspelen en het ontwikkelen van fysieke vaardigheden. Je doet deze kinderen een plezier door het leren te baseren op fysieke ervaringen. Deze kinderen hebben de voorkeur voor:
* gymnastiek * sporten * bewegen * dansen * choreografie * acteren
* mime * lichaamstaal *jongleren *knutselen * handvaardigheid * knutselen
Drama, rollenspelen, dans, sport en spel, knutselmaterialen en handenarbeidlessen zijn dan ook favoriet.

Naturalistisch: natuurknap. Een kind dat sterk naturalistisch is voelt zich sterk aangetrokken tot planten, dieren, landschappen en natuurlijke fenomenen zoals weer, klimaat, stenen en dergelijke. Aan deze intelligentie is ook het vermogen verbonden snel overeenkomsten en verschillen waar te nemen en te classificeren.
Je doet deze kinderen een plezier door ze activiteiten te laten doen met betrekking tot het verzamelen, analyseren, bestuderen en zorgen voor planten en dieren.
Deze kinderen hebben een duidelijke voorkeur voor:
* analyseren van overeenkomsten en verschillen * milieu * flora en fauna
* natuurlijke fenomenen * verzamelen en classificeren * genieten van de natuur * natuurbescherming * ecologisch bewustzijn
Natuurlessen (met veel zelfwerkzaamheid) en schooltuintjes zijn dan ook zeer geliefd.

Interpersoonlijk: mensknap.Een kind dat sterk interpersoonlijk is geniet van werken met, zorgen voor en leren met anderen. Ze hebben een natuurlijke radar voor behoeften, intenties, gevoelens en wensen van anderen en stemmen daar gemakkelijk op af. Deze kidneren zullen baat hebben bij coöperatief leren. Je doet deze kinderen een plezier door ze te laten communiceren, contact te hebben en ervaringen uit te wisselen. Favoriete activiteiten van deze kinderen zijn:
* kringgesprekken * groepsopdrachten * sociale interactie * discussies
* brainstormen * dialogen * gesprekken * argumenteren
* bereiken van overeenstemming * groepsverantwoordelijkheid
* groepsprojecten * sport en spel

Intrapersoonlijk: zelfknap.
Een kind dat sterk intrapersoonlijk is geniet van afzondering, stilte, reflectie en van de gelegenheid om innerlijke ervaringen en gedachten te kunnen verkennen. Ze zijn vaak heel filosofisch ingesteld en kunnen flink dagdromen. Ze hebben dikwijls even nodig om na te denken voor ze met een antwoord komen. Een sterk punt van deze kinderen is het goed kunnen reflecteren. Je doet deze kinderen een plezier door bij het leren een beroep te doen op stemmingen, herinneringen, intuïties, waarden, gevoelens en fantasieën. Deze kinderen hebben een duidelijke voorkeur voor:
* zelfonderzoek * zelfkennis * dagboek bijhouden * fantaseren
* dromen * filosoferen * een eigen plek

1 opmerking:

  1. Dag Claudia,

    Neem je in je post ook nog even de bron op waar je deze tekst vandaan hebt? Verder moet je ook nog even kijken naar de kritiek die op Gardner is gegeven over de meervoudige intelligenties. Daarmee wordt je verhaal sterker.

    BeantwoordenVerwijderen